Productie en teeltwijze



Het kalf, mannelijk of vrouwelijk, is de nakomeling van de koe. Het is een jong dier dat geteeld wordt voor verjonging van de kudde of voor het vlees.

Na 5 of 6 en soms 8 maanden leveren kalveren vlees dat geliefd is bij consumenten vanwege de malsheid en lichte kleur.


HOE WORDEN KALVEREN GETEELD?

In de melkveehouderij worden vrouwelijke kalveren gehouden voor verjonging van de kudde.

De mannelijke kalveren worden geteeld door gespecialiseerde vleeskalverhouders, waar ze ongeveer twee weken na hun geboorte terecht komen: zij voeden, telen en verzorgen de kalveren in aangepaste stallen totdat ze geslacht worden rond de 5/6 maanden als ze zo’n 250 kilo wegen.

Kalverhouderijen hebben gemiddeld iets minder dan 250 kalveren.

De periode na hun aankomst in de kalverhouderij is zeer intens: de teler moet de kalveren op hun gemak stellen, ze laten wennen aan hun omgeving, ze leren drinken, samenleven…

In de eerste maanden bestaat de voeding vooral uit melk. Voor de natuurlijke lichamelijke behoeften van herkauwers wordt al spoedig een mengsel van granen en stro toegevoegd aan hun voeding. Kalveren worden voorzien van water; het aantal voedingen en de hoeveelheid worden aangepast volgens de behoeften van ieder kalf.

Kalverhouders houden veel toezicht op de dieren: elke morgen doen zij de ronde in hun bedrijfen bekijken de kalveren een voor een. Zo kunnen zij beoordelen of het goed gaat met de dieren, of ze genoeg eten… of zien dat het minder goed gaat met een kalf omdat zijn oren naar beneden hangen…

Observatie is de basis van het vak: om de dieren te leren kennen, te voldoen aan hun behoeften en ze zo nodig te verzorgen. De kalveren leven in groepen van gemiddeld zes dieren, wat belangrijk is omdat eenzaamheid stress veroorzaakt. Speciale aandacht wordt besteed aan hun comfort en welzijn: de stallen zijn ruim en licht en worden verlucht.